"Het is van het grootste belang dat kunst en cultuur vast onderdeel van het leerprogramma worden." De plannen van Joop van den Ende

"Het is van het grootste belang dat kunst en cultuur vast onderdeel van het leerprogramma worden." De plannen van Joop van den Ende

Joop van den Ende, geboren in 1942, speelt op 14-jarige leeftijd voor het eerst mee in een toneelstuk. Zijn carrière daarna zit vol opvallende wendingen: hij treedt onder andere op als clown in een kinderprogramma, zit in een cabaretgroep en opent in 1962 een feestartikelenwinkel en een theaterbureau. Zijn ondernemerschap is een eigenschap die hem ver heeft gebracht, en een eigenschap die hij graag wil overbrengen op het jonge talent van tegenwoordig. 

Samen met zijn vrouw Janine van den Ende richt hij in 2001 de VandenEnde Foundation op met als doel ondernemerschap in cultuur te bevorderen. Dit doen ze door studiebeurzen, leningen en andere bijdragen te verlenen aan individueel talent en culturele instellingen. 

Ondernemerschap in de cultuur is een thema dat voordekunst als crowdfundingplatform erg interesseert. Daarom vragen we de heer Van den Ende naar de kansen, mogelijkheden en de rol van de overheid. 

"Respect en belangstelling voor kunst en cultuur moet je ontwikkelen. Daar kan niet vroeg genoeg mee begonnen worden.”

Groot en onmisbaar goed

Een van de doelstellingen van de VandenEnde Foundation is de belangstelling en betrokkenheid voor kunst- en cultuur overbrengen op volgende generaties. Maar de missie van Joop van den Ende is vooral ook ondernemerschap in cultuur bevorderen. 

Leunt de kunst- en cultuursector nu teveel op de overheid, moet de sector bijvoorbeeld commerciëler worden? Dat vindt hij niet: “Commerciëler worden lijkt mij geen doel op zich. Immers: de meeste instellingen zijn ANBI en daarom niet op winst gericht. Wel kan er in sommige gevallen zakelijker gewerkt worden. Maar er zijn nu eenmaal kunstuitingen die niet kostendekkend gemaakt en rendabel geëxploiteerd kunnen worden. Gelukkig hebben wij daarvoor een stelsel van subsidiëring uit publieke middelen. Dat is een groot goed en onmisbaar om de kunst en cultuur in ons land te kunnen laten blijven bloeien en groeien.”

 

Je eigen broek ophouden

De VandenEnde Foundation heeft altijd veel waarde gehecht aan cultureel ondernemerschap. Dat betekent niet dat de Foundation subsidiebehoefte ziet als teken van zwak ondernemerschap: “Dat wil niet zeggen dat een instelling pas echt cultureel ondernemend is als deze in financiële zin zijn eigen broek kan ophouden. Integendeel, subsidie is vaak een noodzakelijke voorwaarde voor het garanderen van pluriformiteit en vernieuwing van het aanbod en voor het behoud van cultureel erfgoed.”  

“Cultureel ondernemerschap is goed nadenken over wat je als maker wilt maken of tonen, risico’s nemen en innovatief zijn in het vinden van publiek”

Cultureel ondernemerschap is in de visie van de VandenEnde Foundation vooral: goed nadenken over wat je als maker wilt maken of tonen. “Dat betekent risico’s nemen en innovatief zijn in het vinden van publiek dat aansluit bij het aanbod. Maar er moet wel zorgvuldig worden omgegaan met de artistieke integriteit in relatie tot de heilige plicht om een zo groot mogelijk publiek te vinden, passend bij de aard van de voorstelling of uitvoering.” 

Hierin ziet hij een duidelijke rol voor de overheid weggelegd. “Niet alle vormen van kunst kunnen rendabel gemaakt en geëxploiteerd worden. Soms is daar financiële steun van de overheid bij nodig. Zoals die vaak ook nodig is in andere sectoren, zoals industrie, sport, gezondheidszorg, et cetera.” 

 

Cultuur en de jongere generatie

Tijdens het Paradisodebat en in de Volkskrant van 28 augustus 2017 gaf de nieuwe voorzitter van de Akademie van Kunsten, Gijs Scholten van Aschat, aan zich de komende jaren als een ‘gekke Henkie’ (zijn woorden) in te willen zetten om politiek en kunst nader bij elkaar te brengen. Hij signaleert dat de nieuwe generatie politici zich niet of weinig herkent in de gesubsidieerde cultuursector. Desondanks hoopt Scholten van Aschat op gemeende interesse. Hoe kunnen we de maatschappelijke betrokkenheid van de huidige en toekomstige generatie vergroten? 

“Respect en belangstelling voor kunst en cultuur moet je ontwikkelen. Daar kan niet vroeg genoeg mee begonnen worden. Hier ligt een belangrijke taak voor ouders en schoolleerkrachten. Het is van het grootste belang dat kunst en cultuur vast onderdeel van het leerprogramma worden. Daarbij gaat het niet alleen maar over geld. Ouders, leerkrachten én de overheid moeten daar ook het belang van inzien.” 

Vanuit de erkenning van dit belang zet de Foundation zich in voor het versterken van de cultuureducatie voor kinderen en jongeren. Een voorbeeld is Méér Muziek in de Klas, een groot landelijk stimuleringsproject waaraan de VandenEnde Foundation substantieel bijdraagt.

 

Vlaggenschip 

De Foundation bestaat inmiddels al meer dan 15 jaar. In die periode heeft Joop van den Ende een grote rol gespeeld in de kunst- en cultuursector. Welke uitdagingen wil hij nog graag aanpakken?

“Ons vlaggenschipproject is het DeLaMar Theater in Amsterdam. Dat willen wij graag verder ontwikkelen als toonbeeld van goed cultureel ondernemerschap. Daarnaast zullen wij ook de komende jaren blijven investeren in het Blockbusterfonds dat grote, publieksgerichte culturele evenementen mogelijk gemaakt. Ook het project Méér Muziek in de Klas zullen wij verder helpen ontwikkelen. Tenslotte blijven wij investeren in het stimuleren van de ontwikkeling van jonge talenten, want zij hebben de toekomst.” 

Wil je meer weten over de VandenEnde Foundation? Bezoek dan de website. Eerder interviewden we Hester Alberdingk Thijm van de AkzoNobel Art Foundation, en Kajsa Ollongren, voormalig wethouder van Amsterdam, over hun visie op cultureel ondernemerschap. 

© 2017